Stroomverbruik berekenen: zo doe je het stap voor stap

Je stroomverbruik berekenen doe je door het vermogen van een apparaat (in watt) te vermenigvuldigen met het aantal uren dat je het gebruikt, en dat te delen door 1.000. Zo krijg je het verbruik in kilowattuur (kWh). Dat is de eenheid waarmee je energieleverancier je rekening berekent. Weet je de kWh-prijs, dan zie je direct wat een apparaat je kost.

Dit is handig als je wilt weten welke apparaten de meeste stroom vreten, of als je wilt nagaan of je maandelijkse voorschot klopt met wat je werkelijk verbruikt.

De formule voor stroomverbruik berekenen

De basisformule is simpel:

Verbruik (kWh) = vermogen (W) × gebruiksuren ÷ 1.000

Een wasmachine van 2.000 watt die twee uur draait, verbruikt dus: 2.000 × 2 ÷ 1.000 = 4 kWh. Betaal je 0,30 euro per kWh, dan kost die wasbeurt 1,20 euro. Op jaarbasis, bij vijf wasbeurten per week, loopt dat op naar meer dan 300 euro.

Het vermogen van een apparaat vind je op het typeplaatje, in de handleiding of soms direct op de stekker. Staat er een verbruiksrange vermeld (zoals “800 tot 1.200 W”), gebruik dan het gemiddelde voor een redelijke schatting.

Rekenvoorbeeld met meerdere apparaten

Stel je wilt weten wat je woonkamer je per jaar kost. Je hebt een televisie van 120 W die dagelijks vier uur aanstaat, een staande lamp met ledlamp van 10 W die vijf uur per dag brandt, en een spelcomputer van 150 W die twee uur per dag gebruikt wordt.

Apparaat Vermogen (W) Uur/dag kWh/jaar Kosten/jaar (à €0,30)
Televisie 120 4 175 €52,56
Ledlamp 10 5 18 €5,48
Spelcomputer 150 2 110 €32,85

De kWh per jaar bereken je zo: vermogen × uren per dag × 365 ÷ 1.000. Bij de televisie: 120 × 4 × 365 ÷ 1.000 = 175,2 kWh. Vermenigvuldig dat met de kWh-prijs en je weet precies wat je betaalt.

Waar vind je je kWh-prijs?

De prijs per kWh staat op je jaarafrekening of je energiecontract. Kijk bij “leveringstarief” of “variabele kosten stroom”. Let op: op je rekening staan vaak ook vaste kosten (het vastrecht) en belastingen. Die tellen niet mee in de berekening per apparaat, maar wel in je totale jaarrekening. Gebruik voor een eerlijke vergelijking het all-in tarief inclusief energiebelasting.

Weet je de prijs niet, dan kun je als grove schatting rekenen met zo’n 0,28 tot 0,35 euro per kWh voor een gemiddeld variabel contract in Nederland (naar schatting rond dit niveau in 2025 en 2026, afhankelijk van het contract en de marktprijzen). Check altijd je eigen afrekening voor het exacte bedrag.

Verbruik meten in plaats van schatten

Weet je het vermogen van een apparaat niet, of wil je ook het standby-verbruik meenemen? Gebruik dan een energiemeter (ook wel verbruiksmeter of wattmeter). Je steekt die tussen het stopcontact en de stekker van het apparaat. Na een dag of een week lees je het werkelijke verbruik af in kWh. Dit is nauwkeuriger dan rekenen met het opgegeven maximaalvermogen, want apparaten draaien zelden constant op vol vermogen.

Energiemeters zijn te koop bij bouwmarkten en elektronikazaken, vaak voor minder dan 20 euro. Voor apparaten die de hele dag aan staan (koelkast, router, standby-apparaten) is meten bijna altijd slimmer dan schatten.

Jaarbedrag vergelijken met je meter

Als je het verbruik van alle losse apparaten bij elkaar optelt, kun je dat vergelijken met de meterstand op je jaarafrekening. Kloppen de bedragen niet? Dan verbruiken sommige apparaten meer dan je denkt, of er is sprake van onzichtbaar verbruik: standby-verbruik van televisies, spelcomputers en laadapparaten tikt ongemerkt aan. Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt naar schatting rond 2.500 tot 3.500 kWh per jaar (tweepersoons tot gezin met kinderen, 2025), maar dat verschilt sterk per situatie.

Begin met de grote verbruikers: wasmachine, droger, vaatwasser, elektrische oven en koelkast. Die bepalen samen het grootste deel van de rekening. Als je die goed in kaart hebt, weet je ook precies waar besparing het meeste oplevert.