Je stroomverbruik meten in de meterkast doe je door de stand af te lezen op je elektriciteitsmeter. Die meter registreert je totale verbruik in kilowattuur (kWh) en geeft je daarmee direct inzicht in hoeveel stroom je huishouden gebruikt. Hoe je dat precies doet, verschilt per type meter.
Welk type meter heb jij in je meterkast?
De meeste woningen in Nederland hebben inmiddels een slimme meter. Die heeft een digitaal display dat automatisch wisselt tussen verschillende standen. Je ziet dan meerdere waarden voorbijkomen, waaronder je verbruik op tarief 1 (dal) en tarief 2 (piek), en soms ook je teruglevering als je zonnepanelen hebt. Oudere woningen kunnen nog een analoge meter hebben met een draaiend schijfje en een rollenteller.
Bij een slimme meter hoef je niet altijd zelf af te lezen: de stand wordt automatisch doorgegeven aan je energieleverancier. Toch is het nuttig om de meter zelf te kunnen lezen, bijvoorbeeld om je verbruik bij te houden of te controleren of een apparaat veel stroom trekt.
Stroomverbruik meten in de meterkast: stap voor stap
Volg dit stappenplan om je meterstand correct af te lezen:
- Stap 1 – Open de meterkast. Je elektriciteitsmeter hangt meestal in een meterkast in de hal, gang of bijkeuken.
- Stap 2 – Zoek de elektriciteitsmeter. Dit is het apparaat met een display of rollenteller. Let op: de gasmeter en watermeter staan er vaak naast, maar die hebben andere eenheden (m³ in plaats van kWh).
- Stap 3 – Lees de stand af. Bij een slimme meter wacht je tot het display de waarde toont die je zoekt. De letters op het display geven aan wat je ziet: “1.8.1” is verbruik tarief 1, “1.8.2” is verbruik tarief 2. Bij een analoge meter lees je de cijfers op de rollenteller van links naar rechts, en laat je een eventueel laatste rood cijfer weg.
- Stap 4 – Noteer de stand. Schrijf de datum erbij. Zo kun je later het verschil berekenen en weten hoeveel je in een bepaalde periode hebt verbruikt.
- Stap 5 – Bereken het verschil. Trek de oude stand af van de nieuwe stand. Is je stand op 1 januari 4.200 kWh en op 1 april 4.680 kWh? Dan heb je in dat kwartaal 480 kWh verbruikt.
Wat zeggen de codes op de slimme meter?
Op een slimme meter staan codes die aangeven wat je op dat moment ziet. De meest voorkomende zijn:
| Code | Betekenis |
|---|---|
| 1.8.1 | Verbruik tarief 1 (daltarief, meestal ’s nachts en in het weekend) |
| 1.8.2 | Verbruik tarief 2 (piektarief, overdag op werkdagen) |
| 2.8.1 | Teruglevering tarief 1 (bij zonnepanelen) |
| 2.8.2 | Teruglevering tarief 2 (bij zonnepanelen) |
Je totale verbruik is de som van 1.8.1 en 1.8.2. Heb je geen dubbel tarief, dan staat er bij beide codes dezelfde waarde of gebruikt je leverancier alleen één tarief.
Verschil in verbruik opvallend hoog? Dit kan de oorzaak zijn
Soms lees je een stand af en valt het verschil met de vorige periode veel hoger uit dan je verwacht. Mogelijke oorzaken zijn een elektrische verwarmingsoplossing die volop draait (zoals een warmtepomp of elektrische radiator), een vriezer of koelkast die defect is en continu loopt, of bewoners die tijdelijk thuis zijn. Door elke maand de stand te noteren, zie je snel wanneer het verbruik afwijkt van het patroon.
Meten per groep via de groepenkast
De standaard elektriciteitsmeter in de meterkast geeft je het totale verbruik van het hele huis, maar niet per ruimte of apparaat. Wil je weten welke groep (stopcontacten, verlichting, keuken) het meeste verbruikt? Dan heb je een klauwmeter of stroomtang nodig. Dat is een apparaat dat je om een kabel klauwt, zonder de kabel te hoeven doorknippen, en zo het stroomverbruik van die specifieke groep meet. Dit is iets voor gevorderden; schakel bij twijfel een elektricien in.
De meterstand in de meterkast aflezen kost je minder dan een minuut en geeft je direct een betrouwbaar beeld van je totale stroomverbruik. Door dit één keer per maand te doen en de stand te noteren, houd je zelf grip op je energieverbruik zonder dat je daarvoor speciale apparatuur nodig hebt.



